1001 vragen

Ons excuus, er was toch een nul te veel (de zusters zijn niet zo goed in het rekenen), het waren maar honderd vragen, of zo iets!

Deze vragen zijn gesteld door een lagere schoolklas en gericht aan de zusters in Uden. De antwoorden zijn gegeven door Zr Bernadette, die in Uden woont, en door een Zr, die in Vadstena woont en die in Uden op bezoek was.(Er zijn ook enige vragen bij, die aan de zusters in Vadstena gesteld werden met de antwoorden).

Wilt u antwoord hebben op meer diepgaande vragen, kunt u zoeken bij de engelse vertaling.

Als u antwoord op één bepaalde vraag wilt hebben, maakt u uw keus tussen de verschillende onderwerpgroepen, die wij hieronder aangeven. Daarmee hoeft u niet eerst alle vragen door te lezen.


Hoe wij heten
De habijt, kleding
Hoe ziet de dagorde uit?
Het dagelijkse leven
De roeping tot dit leven
Gebed en meditatie
De maaltijden
Hoe wonen wij?
Ons werk enz.
Kontakt met de buitenwereld
De geschiedenis van Uden
Het museum
Overige vragen
Over leugens - wij vragen om excuus!


Hoe wij heten en hoe oud wij zijn enz.

Met hoevelen zijn jullie in het klooster?
Wij zijn hier met zes zusters.

Hoe oud zijn jullie?
De jongste is 52, de abdis is 74 en de oudste is 84. De rest zit er tussenin.

Hoe heten jullie?
 Zr. Anna Maria, Zr. M.Immaculata, Zr. M. Petra, Moeder M. Karin, Zr. M. Bernadette.


Terug


Hoe zouden wij onszelf willen beschrijven?
Hier in Vadstena beschrijven wij onszelf (niet in ernst) als volgt: Als wij vogels waren, zou men ons beschrijven als een zeldzame vogelsoort. Een kleine, grauwe, doodgewone mees, met een speciaal getekend kopje. Dit laatste is de oorzaak dat deze vogel zich onderscheidt van de gewone mezen. Hij lijkt een beetje op een kungsfågel, (een koningsvogel) Zwedens kleinste vogel. De oorspronkelijke Birgittavogel stamt oorspronkelijk van Vadstena en woont daar het hele jaar. Zeer zelden ziet men hen op andere plaatsen. Deze vogelsoort verspreidde zich naar andere landen, maar is en blijft een inheemse vogel die in een groep leeft, nu zeer zeldzaam is en zou eigenlijk beschermd moeten worden. Van deze vogelsoort zijn enkele nieuwe soorten ontstaan o.a. de Roomse Birgittavogel. Deze zijn zeer talrijk en men kan ze op vele plaatsen waarnemen omdat het trekvogels zijn. Men treft deze vooral aan in India.

Bild: Birgittinmes

(Uit een meditatie van Zr. Maria, O.Ss.S.

Maar in ernst:
Wij zijn monialen in een contemplatief klooster met strenge clausuur, maar met een begrenste, apostolische werkzaamheid, door ons gastenhuis en door het ontvangen van studiegroepen. (Zo hebben wij enkele jaren geleden onze situatie beschreven.)
De abdij in Uden, lang geleden gesticht door Vadstena, via Tallinn, Mölln, Stralsund en Florence, heeft daarentegen geen gastenverblijf, noch een apostolische werkzaamheid. Wonderlijk werd in 1963 vanuit de abdij in Uden het klooster in Vadstena heropgericht.


Terug



De habijt, kleding enz.

Waarvoor dragen jullie zo'n sluier en hoe heet dat?
Vroeger in de middeleeuwen droegen de getrouwde vrouwen en de weduwen altijd een sluier om te laten zien dat ze getrouwd waren of dit waren geweest. Een sluier verteld daarom dat je aan iemand gebonden bent. Wij hebben ons aan Jezus gebonden.

Hoe heet het kapje dat jullie op je hoofd hebben?
Ons kapje heet een kroon. Als je nl. goed naar het kapje kijkt zie je dat het als een ring om ons hoofd sluit, precies als een kroon. Voor ons symboliseerd het ook de doornenkroon van Jezus. Als wij buigen en je kijkt op ons hoofd, zie je een kruis - het kruis van Jezus. Als je goed kijkt zie je vijf rode punten - de vijf wonden van Christus.Wij dragen met onze kroon een beetje mee in het lijden van Christus.

Jeukt het kroontje?
Nee, het kroontje jeukt niet, als het erg warm is is het eerder de sluier die kan gaan kriebelen, maar dat hebben we er wel voor over. In de winter is het lekker warm en het jeuken is gauw over als je even krabbelt.

Waarom dragen jullie die kroontjes?
Omdat de H. Birgitta die onze Orde heeft gesticht dit heeft voorgeschreven in haar Regel, en omdat het een belangrijk deel van onze spiritualiteit laat zien.


Terug



Hoe ziet de dagorde uit?

05:25 opstaan
05:55 lauden - meditatie - ters
07:00 vrij tijd
07:30 H.Mis
          ontbijt
          daglezing
          daarna werkzaamheden
10:30 koffie/thee in de refter
12:00 sext - none
12:30 middagsmaa
l13:00 vrije tijd
13:30 werkzaamheden
15:00 uitstelling van het Allerheiligste
16:00 koffie/thee in de refter, daarna werkzaamheden
17:15 vrije tijd
17:45 vespers
          geest. lezing
          rozenhoedje
          eten
          vrije tijd
20:00 recreatie
21:00 dagsluiting
daarna slapen


Terug



Het dagelijkse leven in het klooster

Vonden jullie het leuk om zuster te worden?
Ja, maar het is niet altijd even gemakkelijk. Toch kiezen wij ervoor omdat we dat graag willen.

Kunnen jullie goed met elkaar overweg?
Ja en nee. We hebben elkaar niet uitgekozen en zijn verschillend in leeftijd, komen uit verschillende milieus en kunnen niet weglopen als we bijvoorbeeld boos worden. Met sommigen kunnen we heel goed opschieten en met anderen moeilijker. Maar omdat we allemaal hetzelfde doel hebben leren we om op de juiste manier met elkaar om te gaan, en als we dat geleerd hebben gaat het goed.


Terug




De roeping tot deze leven

Hoelang zitten jullie al in het klooster?
Dat is heel verschillend. Er zijn zusters die nog niet zo lang hier zijn. Zoals b.v Zr. Bernadette, die is hier nu drie en een half jaar. Zij heeft nog niet haar eeuwige professie gedaan, dat doen we hier na acht jaar. Voor die tijd doen we kleine stapjes zoals jullie een klas omhoog gaan op school. De oudste zuster is al 62 jaar in het klooster. Die heeft al haar diamanten feest gevierd. De andere zusters zitten er tussenin.

Hoe oud moet je zijn om zuster te worden?
Net zoals je met 18 jaar volwassen bent en mag stemmen, mag je met 18 jaar het klooster ingaan.

Hoe oud waren jullie toen jullie non werden?
Ongeveer tussen de 19 en 23 jaar.

Waarom ben je in het klooster gegaan?
Wat zouden jullie doen, als je heel veel van iemand houdt en die persoon heel erg bewondert. Zou je dan niet heel graag bij Hem willen zijn? Nu zijn er kloosters gebouwd waar mensen kunnen wonen die allemaal heel erg veel van Jezus houden, en daarom doen wij dat.

Wat is er leuk aan om non te zijn?
Voor ons is het leuk om non te zijn, omdat we er voor gekozen hebben om helemaal voor Jezus te zijn.

Hoe is het om zuster te worden?
Het is fijn en moeilijk. Fijn omdat we het willen en moeilijk omdat we moeten leren leven op een andere manier dan dat je thuis gewend was.


Terug



Gebed en meditatie

Hoe vaak bidden jullie per dag?
Wij bidden ongeveer tien keer per dag verschillende gebeden en bij elkaar duurt dat ongeveer vijf en een half uur. Lang hè? Maar we doen het graag.

Bidden jullie samen of alleen?
Allebei. We bidden voor een groot gedeelte van de dag samen maar onder het werk wat we doen bidden we in ons eentje.

Gaan jullie elke dag naar de kerk?
Ja, we hebben elke dag een H. Mis, en ook de koorgebeden en vele andere gebeden zijn in de kerk.


Terug



De maaltijden

Eten en drinken jullie ook samen?
Ja, en dan leest een van de zusters voor terwijl wij eten want we eten altijd in stilte zodat we het goed kunnen horen.

Waar halen jullie het eten vandaan?
Gedeeltelijk halen we ons eten uit de tuin achter het klooster. Verder komt er hier een bakker aan huis en krijgen we ook van mensen fruit enzovoorts.

Eten jullie net als wij?
Niet helemaal. We hebben niet alleen een zuster die voorleest maar ook een die bedient. Jullie weten dat we in stilte eten. We eten drie keer per week geen vlees, maar daarvoor in de plaats eten wij ei of vis. Bij het eten drinken wij koffie of water. Twee keer tijdens het eten maken wij een korte pauze om in stilte te bidden. Maar verder eten we net als jullie!


Terug



Hoe wonen wij?

Hebben jullie allemaal een eigen kamer?
Gelukkig wel, want dan stoort het niet zo erg als er iemand snurkt! Al in de middeleeuwen hadden onze zusters een eigen kamer, maar met een gordijn in plaats van de deur. Alleen de zusters die heel erg snurkten kregen een deur, zodat ze de andere zusters niet wakker hielden.

Hebben jullie ook electriciteit?
Ja, we hebben zelfs een computer!


Terug



Ons werk enz.

Wat moeten jullie in het klooster doen?
Wij maken hier in het klooster alles schoon zoals jullie moeder het thuis ook doet. Verder werken wij in de tuin zoals jullie vader of moeder dit doet. Ook word er hier gekookt en wij lezen ook veel. Maar het belangrijkste wat wij doen is dat we bidden voor alle mensen die het moeilijk hebben. Vaak vragen ze ook om ons gebed; dan bellen ze op of schrijven of wij voor hen willen bidden. Je zou kunnen zeggen dat ons klooster een soort vuurtoren is. Een vuurtoren staat altijd op dezelfde plek. Maar met zijn licht wijst hij de schepen waar de haven is. Ons klooster wijst alle mensen dat God bestaat en waar ze Hem kunnen vinden. Wij stralen geen licht uit, maar wij hebben een kerktoren waarin de klokken hangen. Elke keer als we daarmee luiden, bidden we. We bidden vaak zingend om God te eren, maar ook voor jullie allemaal.

Heeft iedereen een eigen taak?
Ja, maar we kunnen elkaar altijd helpen.

Zijn jullie soms ook buiten?
Ja, we hebben een heerlijke tuin waar we soms in wandelen of werken. We gaan er ook eens naar het kerkhof, dat achterin de tuin is. En toen het sneeuwde hebben we sneeuwballen gegooid.


Terug



Kontakt met de buitenwereld

Mogen jullie met andere mensen praten?
Ja, maar voor ons is het belangrijk om meer en meer Jezus te leren kennen, en dat gaat het beste d.m.v. het gebed en meditatie. Daarom hebben wij gekozen voor een grotere stilte. Het is daarom belangrijk waar we over praten.

Gaan jullie wel eens boodschappen doen?
Nee, maar er woont wel een echtpaar in het poorthuis dat voor ons alle boodschappen haalt en soms komt er wel eens de bakker en een groothandel om bij ons dingen als toiletpapier, kaas enz. af te leveren.

Vinden jullie het niet erg dat je niet in contact mogen komen met mensen?
Nee, want de contacten die we hebben, het bezoek dat we mogen ontvangen, en die drie dagen die we naar huis mogen is genoeg.

Vinden jullie het niet erg dat jullie niet in de stad mogen komen?
Nee, want we kunnen hier zoveel doen dat we ons nooit vervelen.

Moeten jullie nooit naar de tandarts, of komt hij bij jullie?
Wij gaan altijd zelf naar de tandarts. Dat is erg leuk als je op straat loopt of bij de tandarts bent, want men spreekt je snel aan.

Mogen jullie uit het klooster en waarvoor dan?
Ja, maar alleen als we bv. naar de tandarts of de dokter gaan of als we drie dagen naar onze familie toe mogen gaan.Dat doen we elk jaar een keer. Maar onze familie mag ook vier keer per jaar bij ons komen.

Hebben jullie kinderen of kleinkinderen?
Nee, maar het is wel mogelijk om als weduwe in het klooster te treden. Je moet dan wel wachten tot je kinderen je niet meer nodig hebben. Het kan dus zijn dat je oma word als je in het klooster zit.

Vinden jullie het niet erg saai elke dag in het klooster te zijn?
Nee, helemaal niet want we maken hier ontzettend veel leuke dingen mee en doen vele leuke dingen samen. Het kloosterleven is niet saai maar heeft veel variatie.


Terug



De geschiedenis van Uden

Is het klooster ooit aangevallen door het leger?
Ja, dit gebeurde toen ons klooster nog in Rosmalen stond in de 16e eeuw, toen werden alle zusters verjaagd en moesten ze vluchten naar een ander klooster. Ze gingen van Rosmalen naar Uden. In Uden werden ze door de Fransen in de 19e eeuw opnieuw verjaagd tot drie maal toe.

Hoelang is er al een klooster in Uden?
In 1434 zijn we gesticht in Rosmalen en bestaan dus al 565 jaar, maar gingen naar Uden in 1713 wat betekend dat we al 286 jaar in Uden zijn.

Hoe oud is het klooster?
Ons klooster is gesticht in 1434 in Rosmalen en heette toen Mariawater, ook wel beter bekend als Koudewater. We kwamen in Uden in 1713 en de naam van ons klooster werd toen Maria Refugie wat betekend Maria Toevlucht omdat we werkelijk naar Uden gevlucht zijn. Alle kloosters dragen altijd de naam Maria want onze Orde is aan Maria toegewijd. Vandaar ook dat onze namen beginnen met Maria. Voordat de zusters in Uden waren, was dit klooster van de Kruisheren, maar hoe oud het is weten we niet.


Terug



Het museum

Komen jullie vaak in het museum en waarvoor dan?
Heel af en toe gaan we naar het museum als er een nieuwe tentoonstelling is die we graag willen zien. Verder komt de overste er om er de post te brengen.

Van wie leren jullie zo mooi schrijven, of leren jullie het zelf?
Wat jullie in het museum gezien hebben is heel lang geleden geschreven door kloosterlingen die daarvoor geschoold waren. Er was toen nog geen mogelijkheid om alles gauw te drukken. Het duurde ook heel lang voordat zo'n boek geschreven was. Een heel mooi boek kon in de middeleeuwen verkocht worden voor zes ossen. Nu schrijven we niet zo mooi meer want we hebben een computer.

Hebben jullie die prentjes in het museum zelf gemaakt?
Nee, maar sommige zijn wel gemaakt door oudere zusters die al overleden zijn.

Hoelang deden jullie vroeger erover een bladzijde te schrijven?
Dat hing er vanaf hoe goed en hoe vlug die zuster kon schrijven. De een kon het vlugger dan de ander. Niet alle zusters maakten zelf de mooie versiering op het blad omdat ze niet konden tekenen maar wel mooi schrijven. Het hangt er ook af hoe snel de verf droogde zodat men verder kon schrijven. Wij denken dat ze ongeveer een ochtend deden over een bladzijde.

Hoe komen jullie aan al die bidprentjes?
Het museum krijgt ze en koopt ze ook op van verzamelaars.


Terug



Overige vragen

Hebben jullie ook een eigen koor?
Ja, we zingen onder de Mis altijd met de zusters en nog enkele dames van buitenaf.

Hebben jullie ook huisdieren?
Ja, we hebben muizen, kraaien in de hof en duiven die op onze stoep poepen, maar honden en katten hebben we niet.


Terug



Over leugens

Liegen nonnen?
Ja, af en toe, helaas, wij zijn ook mensen. Maar wij proberen in de waarheid te leven. Een leugen heeft u zeker al ontdekt, namelijk dat het ook niet 101 vragen zijn, maar met de tijd zullen wij waarschijnlijk dit getal bereiken... Nogmaals, wij vragen om excuus!!!

Nou, we hopen dat we jullie vragen goed hebben beantwoord. Heel veel groeten van ons allemaal en wie weet, tot ziens?
De Zrs. Birgittinessen.


Terug